In het kort
- De overgang wordt gesteld op uw klachten en uw cyclus, niet op een bloeduitslag.
- FSH en oestradiol schommelen in de perimenopauze sterk, waardoor één meting weinig zegt.
- Bloedonderzoek is vooral nuttig om andere oorzaken van dezelfde klachten in beeld te brengen.
- Na de menopauze verschuift de aandacht naar hart en vaten, botten en bloedsuiker.
Wat kunt u meten?
Niet iedere oorzaak is zichtbaar in bloed. Dit zijn de waarden die er het vaakst wel iets over zeggen.
Aanbevolen onderzoek
Aanbevolen bij klachten die bij de overgang kunnen passen
Hormonen Vrouw
6 bepalingenDit pakket meet precies de bepalingen die hierboven aan bod komen: oestradiol, progesteron, FSH, LH, prolactine en TSH, in één afname. De overgang wordt gesteld op uw klachten en uw cyclus, dus een uitslag bevestigt op zichzelf niets. Wel kan het beeld andere verklaringen zichtbaar maken en uw gesprek met de huisarts gerichter maken.
- Persoonlijke beoordeling door een BIG-geregistreerde arts
- Duidelijk laboratoriumrapport, in gewone taal
- Geen verwijzing nodig
- 800+ priklocaties in Nederland
€159
Plus 29,- prik- en afnamekosten per bestelling, gratis vanaf 225,-.
Liever iets anders?
- Vermoeidheid & Slaap€189· Staan moeheid en slecht slapen voorop, dan brengt dit pakket de oorzaken in beeld die sterk op de overgang lijken: schildklier, ijzervoorraad, vitamine B12, foliumzuur en vitamine D.
- Bloodworks Premium€399· Ligt de menopauze achter u, dan verschuift de aandacht naar hart en vaten, bloedsuiker en botten. Dit pakket meet het cholesterolprofiel, glucose, HbA1c, vitamine D en calcium in één afname.
Wat er in de overgang met uw hormonen gebeurt
De overgang is geen moment maar een periode. Uw eierstokken reageren minder goed op de aansturing vanuit de hypofyse, waardoor er minder eisprongen plaatsvinden en de productie van oestrogeen onregelmatig wordt.
De hypofyse probeert dat te compenseren en verhoogt de aansturing. Daarom beweegt FSH in deze fase omhoog, terwijl oestradiol juist heftig heen en weer gaat: de ene maand hoog, de volgende maand laag.
Die schommelingen verklaren waarom de klachten zo grillig zijn. Het is niet zo dat uw hormonen geleidelijk uitdoven, ze worden eerst onvoorspelbaar. De menopauze zelf is per definitie een terugblik: het is de laatste menstruatie, en dat weet u pas als er twaalf maanden voorbij zijn.
De jaren daarvoor heten perimenopauze. Die periode kan enkele jaren duren en begint bij veel vrouwen tussen het vijfenveertigste en vijftigste levensjaar, soms eerder.
Klachten die bij de overgang kunnen horen
De klachten lopen sterk uiteen. Veelgenoemd zijn:
- opvliegers en nachtelijk transpireren
- een cyclus die korter, langer, heviger of juist lichter wordt
- slecht doorslapen en daardoor overdag weinig energie
- stemmingswisselingen, prikkelbaarheid of somberheid
- minder scherp kunnen concentreren of woorden kwijtraken
- vaginale droogheid en pijn bij het vrijen
- gewrichtsklachten en een veranderende vetverdeling
Sommige vrouwen merken er weinig van, anderen liggen jaren wakker. Beide beelden passen bij dezelfde levensfase, en de ernst van uw klachten zegt niets over hoe ver u in het proces bent.
Wat een bloedtest wel en niet kan zeggen
Dit is het eerlijke antwoord: de overgang wordt in de praktijk vastgesteld op uw leeftijd, uw klachten en het patroon van uw cyclus. Niet op een bloeduitslag.
Een hormoonmeting is namelijk een momentopname van iets dat juist heen en weer beweegt. Een uitslag die twee weken later heel anders is, is in de perimenopauze eerder regel dan uitzondering.
Dat betekent niet dat meten zinloos is. Het is vooral waardevol als er twijfel is: bij klachten onder de veertig, bij een cyclus die zonder duidelijke reden wegblijft, of als uw klachten net zo goed door iets anders veroorzaakt kunnen worden.
Welke hormonen worden gemeten
In een vrouwelijk hormoonprofiel komen meestal deze bepalingen terug:
- FSH: het hormoon waarmee de hypofyse uw eierstokken aanstuurt. Beweegt in de overgang omhoog.
- Oestradiol: het belangrijkste oestrogeen. Schommelt in de perimenopauze sterk en daalt daarna.
- LH: stuurt samen met FSH de eisprong aan en helpt het beeld compleet te maken.
- Progesteron: het hormoon van de tweede cyclushelft, dat wegvalt als er geen eisprong meer is.
- Prolactine: hoort erbij omdat een verhoging een andere verklaring kan zijn voor het uitblijven van de menstruatie.
- TSH: de schildklier geeft klachten die sterk op de overgang lijken en hoort daarom in hetzelfde rijtje.
AMH, dat iets zegt over de eicelvoorraad, wordt vooral bij vruchtbaarheidsvragen gebruikt. Voor de vraag of u in de overgang zit, voegt het weinig toe.
Hormonen laten meten bij Bloodworks
Het pakket Hormonen Vrouw meet oestradiol, progesteron, FSH, LH, prolactine en TSH in één afname, met arts-interpretatie en een persoonlijk PDF-rapport.
Timing: wanneer laat u prikken?
Menstrueert u nog, ook onregelmatig, dan is de vroege cyclushelft het gangbare moment: dag drie tot vijf, geteld vanaf de eerste dag van uw menstruatie. Zo zijn uitslagen onderling beter vergelijkbaar.
Wilt u weten of er nog een eisprong plaatsvindt, dan is progesteron ongeveer een week voor de verwachte menstruatie logischer. Zijn uw menstruaties al langer weg, dan maakt het moment niet meer uit.
Prik bij voorkeur in de ochtend en meld altijd of u hormonale anticonceptie gebruikt. De pil, een hormoonspiraal of een hormoonpleister sturen deze waarden namelijk aan, waardoor u vooral het effect van de medicatie meet en niet uw eigen cyclus.
| Perimenopauze | Na de menopauze | |
|---|---|---|
| Cyclus | onregelmatig, korter of juist langer | twaalf maanden of langer weg |
| Hormoonbeeld | FSH beweegt omhoog, oestradiol schommelt sterk | beeld is stabieler geworden |
| Waarde van één meting | beperkt, herhalen zegt meer | beperkt, de klacht bepaalt het beleid |
| Waar de aandacht heen gaat | klachten en andere oorzaken uitsluiten | hart en vaten, botten en bloedsuiker |
Klachten die op de overgang lijken, maar het niet zijn
Dit is de belangrijkste reden om toch bloed te laten prikken. Een aantal aandoeningen geeft vrijwel hetzelfde klachtenpatroon en is wél goed meetbaar:
- een traag of te snel werkende schildklier: moeheid, hartkloppingen, transpireren en stemmingsklachten
- bloedarmoede of een lage ijzervoorraad, zeker bij hevige menstruaties in de perimenopauze
- een tekort aan vitamine B12 of vitamine D
- een te hoge bloedsuiker, die dorst, moeheid en nachtelijk plassen kan geven
- langdurige overbelasting, slaapapneu of een depressie
Wordt zo'n oorzaak gevonden, dan is er iets te doen. Wordt er niets gevonden, dan weet u dat ook, en dat maakt het gesprek over uw overgangsklachten met uw huisarts een stuk gerichter.
Na de menopauze verschuift de aandacht
Zodra de menopauze achter u ligt, wordt de vraag een andere. Het wegvallen van oestrogeen hangt samen met een ongunstiger cholesterolprofiel en met botontkalking op langere termijn.
Waardevolle bepalingen in deze fase zijn daarom eerder:
- een volledig cholesterolprofiel, eventueel aangevuld met ApoB
- glucose en HbA1c voor uw suikerhuishouding
- vitamine D en calcium in verband met uw botten
- de schildklierfunctie, omdat afwijkingen daarvan met de jaren vaker voorkomen
Dat is geen somber verhaal, maar een verschuiving van de vraag. In de perimenopauze wilt u weten waar uw klachten vandaan komen. Daarna wilt u weten hoe u er voor de komende jaren voor staat.
Wanneer u contact opneemt met uw huisarts
Ga naar uw huisarts als uw menstruatie hevig is en u er bloedarm van wordt, als u tussendoor bloedverlies heeft, of als uw klachten uw dagelijks functioneren duidelijk in de weg zitten. Voor hormoontherapie is een gesprek met een arts nodig; een bloeduitslag vervangt dat niet.
Stoppen uw menstruaties vóór uw veertigste, meld dat dan altijd bij uw huisarts. Daar gelden andere afwegingen, ook voor uw botten en uw hart op de lange termijn.
Veelgestelde vragen
Kan een bloedtest aantonen dat ik in de overgang ben?
Niet met zekerheid. Uw klachten en het patroon van uw cyclus wegen zwaarder. Een hormoonmeting kan het beeld ondersteunen, maar in de perimenopauze schommelen de waarden zo sterk dat één uitslag zelden de doorslag geeft.
Op welke cyclusdag laat ik het beste prikken?
Menstrueert u nog, dan is dag drie tot vijf gangbaar, geteld vanaf de eerste dag van uw menstruatie. Voor progesteron is ongeveer een week voor de verwachte menstruatie logischer. Zijn uw menstruaties weg, dan maakt het moment niet meer uit.
Ik gebruik de pil of een hormoonspiraal. Heeft meten dan zin?
De uitslag laat dan vooral het effect van de medicatie zien en niet uw eigen cyclus. Meld het gebruik altijd bij uw aanvraag, zodat onze arts de interpretatie daarop afstemt. Overleg met uw huisarts voordat u iets wijzigt.
Wat als mijn hormoonwaarden normaal zijn maar ik veel klachten heb?
Dat komt regelmatig voor en betekent niet dat uw klachten er niet zijn. Het is dan zinvol om andere oorzaken na te lopen, zoals de schildklier, uw ijzervoorraad, vitamine B12 of uw slaap.
Moet ik nuchter zijn voor een hormoononderzoek?
Voor de hormonen zelf is nuchter zijn niet nodig. Laat u tegelijk glucose of een cholesterolprofiel bepalen, dan is nuchter prikken wel het advies.